Rond tweedehands bouwmateriaal is de prijsvorming vaak rommelig. De ene verkoper vraagt bijna de nieuwprijs, de andere geeft het bijna weg. Zonder houvast betaal je snel te veel of laat je een koopje lopen. Met een paar vuistregels prik je er doorheen.
Pas op voor de nieuwprijs-illusie
Een veelgemaakte fout van verkopers is dat ze de oorspronkelijke nieuwprijs als uitgangspunt nemen. Maar tweedehands is per definitie minder waard, ook als het nauwelijks gebruikt is. Laat je niet meeslepen door "dit kostte nieuw honderden euro's", wat telt is wat het nu, in deze staat, waard is.
Andersom bieden particulieren die er snel vanaf willen soms ver onder de marktwaarde aan. Dat kan een koopje zijn, maar controleer dan extra goed op verborgen gebreken.
Vuistregels per staat
Een bruikbare richtlijn op basis van de staat: nieuw uit verpakking of restpartij = 60-70% van de nieuwprijs. Gebruikt maar goed = 30-50%. Sloopmateriaal met gebreken = 10-25%. Voor zeldzame of monumentale materialen (oude handvormstenen, antieke tegels, een verdwenen dakpanmodel) kan de prijs juist hoger liggen door schaarste.
Handelaren rekenen doorgaans iets meer dan particulieren, omdat ze sorteren, opslaan en soms garantie geven. Voor grote partijen kan het lonen om bij een particulier te zoeken.
Zo check je de marktprijs
Vergelijk voordat je koopt of verkoopt. Zoek op de marktplaats naar hetzelfde materiaal en kijk wat vergelijkbare, actieve advertenties vragen. Reken transport mee: een lage prijs met dure bezorging is soms duurder dan een hogere prijs dichtbij.
Verkoop je zelf? Zet een realistische prijs en toon eventueel de prijs per stuk én voor de hele partij. Dat verkoopt sneller dan een te hoge vraagprijs die weken blijft hangen.