Keramische of betonnen dakpannen: het verschil zien
Dakpannen zijn er in twee hoofdsoorten: gebakken klei en geperst beton. Ze worden door elkaar aangeboden en verkopers weten zelf vaak niet welke ze hebben. Voor de koper maakt het verschil uit, want ze gedragen zich anders en zijn niet zomaar onderling uitwisselbaar op één dak.
Kijk op de breuk
De snelste manier is een gebroken pan uit de partij omdraaien. Keramiek is door en door één kleur, meestal roodbruin of grijs, met een fijne dichte structuur. Beton laat duidelijk zand- en grindkorrels zien en heeft vaak een gekleurde toplaag op een grijze kern. Dat kleurverschil tussen buitenkant en binnenkant is het duidelijkste kenmerk.
Gewicht en maat
Betonpannen zijn zwaarder en groter dan keramische. Een betonnen sneldekker weegt al gauw vier tot vijf kilo per stuk, een keramische pan rond de drie. Over een heel dak telt dat fors op en het bepaalt of een bestaande kapconstructie het aankan.
Hoe ze verouderen
Keramiek houdt zijn kleur vrijwel onbeperkt, want die zit in het materiaal of in het glazuur. Beton verkleurt: de toplaag slijt en vervaagt, waardoor oude betonpannen grauwer worden en vaak wit uitslaan. Dat is niet per se een probleem voor de functie, maar het maakt bijleggen op een bestaand dak vrijwel onmogelijk.
Wat dit betekent voor je aankoop
Meng ze niet op één dakvlak: verschil in dikte en maatvoering geeft een onrustig beeld en soms lekkage. Zoek je bij, zorg dan dat je dezelfde soort neemt. En reken bij beton na of je kap het gewicht draagt, zeker als er eerst keramiek op lag.