Naar hoofdinhoud

Dakhelling en welke pan daarbij mag

Voor je een partij pannen koopt, hoor je één getal te weten: de helling van je dak. Elke pan heeft een minimale dakhelling waaronder hij niet meer waterdicht is, en dat getal verschilt per model behoorlijk.

Meet je dakhelling

Leg een waterpas horizontaal tegen het dakvlak en meet hoeveel het dak over een meter horizontaal stijgt. Een stijging van vijftig centimeter over een meter komt neer op zesentwintig graden. Er zijn ook apps die dit met de telefoon meten; leg die dan wel op een rechte lat.

Wat de grens betekent

Onder de minimale helling stroomt water niet snel genoeg weg en drijft het bij regen met wind omhoog, tussen de pannen door. Dat merk je niet altijd meteen, maar wel bij een stevige najaarsstorm. Het is geen richtlijn die je een paar graden kunt oprekken.

Hoe je de grens opzoekt

Zoek het model van de pan op bij de fabrikant; die geeft de minimale helling. Weet je het model niet, ga dan uit van de veilige kant en neem een ruime marge. Grote sneldekkers hebben doorgaans een hogere minimale helling nodig dan kleine klassieke pannen.

Als je dak te flauw is

Dan zijn er twee wegen. Een waterdichte laag onder de pannen aanbrengen, zodat de pannen vooral het beeld en de eerste waterkering vormen. Of kiezen voor een ander dekkingsmateriaal dat wel bij die helling past. Wat je niet doet, is hopen dat het meevalt.

Verschillende vlakken, verschillende hellingen

Veel daken hebben niet één helling: een dakkapel, een aanbouw of een uitbouw loopt vaak flauwer dan het hoofddak. Meet elk vlak apart. Het komt regelmatig voor dat de pannen op het hoofddak prima kunnen en op de aanbouw niet, en dan heb je voor dat stuk een andere oplossing nodig.

Materiaal nodig voor je project?

Bekijk het actuele aanbod op de marktplaats u2014 of plaats gratis je eigen restpartij.