Tegelmaten: welk formaat past bij welke ruimte
In restpartijen kom je alle formaten tegen, van kleine metrotegeltjes tot platen van een meter twintig. Het formaat is niet alleen een kwestie van smaak: het bepaalt hoeveel snijwerk je hebt, hoe vlak je ondergrond moet zijn en hoeveel voegwerk er straks in je ruimte zit.
Grote tegels vragen een vlakke ondergrond
Hoe groter de tegel, hoe minder hij een oneffen ondergrond kan volgen. Bij een tegel van zestig bij zestig of groter moet je vloer of wand vrijwel vlak zijn, anders krijg je randen die uitsteken en tegels die hol liggen. Bij kleine tegels vangt de lijmlaag veel meer op, en dat maakt ze geschikter voor oude, ongelijke ondergronden.
Snijverlies loopt op bij grote maten
Bij een kleine tegel gooi je een klein stukje weg als je moet passen; bij een grote tegel kan dat de helft van een dure tegel zijn. In een smalle ruimte met veel hoeken en uitsparingen is een kleiner formaat daardoor vaak zuiniger, ook als de prijs per vierkante meter hoger ligt.
Het effect op de ruimte
Grote tegels geven een rustig beeld met weinig voegen en laten een kleine ruimte ruimer lijken. Kleine tegels geven meer lijnenspel en passen bij een klassieke of speelse stijl. In een douche werken kleinere tegels of mozaïek juist goed op de vloer, omdat de vele voegen extra grip geven.
Meet de werkelijke maat
De genoemde maat is niet altijd de echte maat. Tegels worden aangeduid met een nominale maat, terwijl het werkelijke formaat een paar millimeter kleiner kan zijn. Bij een restpartij meet je daarom zelf een tegel op, want die millimeters bepalen je legplan en het aantal tegels per rij.