Wandtegels en vloertegels: waarom je ze niet omwisselt
In restpartijen worden wand- en vloertegels vaak door elkaar aangeboden, en op het oog lijken ze sterk op elkaar. Ze zijn echter voor verschillende belastingen gemaakt, en de ene kant van die uitwisseling gaat goed terwijl de andere gegarandeerd misgaat.
Wandtegels zijn lichter en zachter
Een wandtegel hoeft alleen zijn eigen gewicht te dragen en wordt niet belopen. Daardoor is hij dunner, poreuzer en met een zachter glazuur uitgevoerd dan een vloertegel. Op de vloer slijt dat glazuur binnen een jaar dof op de looppaden, en de tegel kan breken onder een puntbelasting zoals een stoelpoot.
Vloertegels op de wand kan wel
Een vloertegel is sterker dan nodig voor een wand, dus technisch is dat geen bezwaar. Het enige punt is het gewicht: een dikke, zware tegel vraagt een geschikte lijm en een draagkrachtige ondergrond. Op gipsplaat kan dat te veel worden; kijk naar het gewicht per vierkante meter dat de plaat aankan.
Hoe je ze onderscheidt
Meet de dikte: wandtegels zijn vaak rond de zes tot acht millimeter, vloertegels acht tot twaalf of meer. Weeg er een: het verschil is duidelijk voelbaar. Kras op de achterkant met een spijker en kijk hoe poreus de kern is. Een wandtegel zuigt water snel op, een vloertegel nauwelijks.
Wat je in de praktijk doet
Heb je een restpartij waarvan je het niet zeker weet, gebruik hem dan op de wand. Daar kan vrijwel elke tegel liggen zonder problemen. Bewaar de zekerheid voor de vloer, waar een verkeerde keuze pas na maanden zichtbaar wordt en dan niet meer terug te draaien is.