Naar hoofdinhoud

Voegbreedte bepalen: waarom nul geen optie is

Strak gelegd tegelwerk zonder zichtbare voegen ziet er indrukwekkend uit, en dat is precies waarom mensen de voeg zo smal mogelijk willen. Er zit echter een ondergrens aan, en die is technisch en niet esthetisch bepaald.

Waarom er een voeg moet zijn

Tegels en hun ondergrond zetten uit en krimpen bij temperatuurwisselingen en bij vocht. Zonder voeg drukken de tegels tegen elkaar en dan springt er ergens een los, meestal in het midden van een vlak. De voeg is de ruimte waarin die beweging wordt opgevangen.

De praktische ondergrens

Bij gerectificeerde tegels kun je naar twee millimeter; bij gewone tegels met licht afgeronde randen is drie tot vijf millimeter gebruikelijk. Buiten en bij vloerverwarming houd je ruimere voegen aan, omdat de beweging daar groter is. Kies ook een breedte die past bij de maatafwijking van je tegels.

Kruisjes of wiggen

Gebruik tegelkruisjes of wiggen in de gekozen maat om de voeg constant te houden. Haal ze eruit voordat de lijm volledig is uitgehard, anders zitten ze vast en krijg je ze niet zonder schade eruit. Laat ze nooit zitten om ze weg te voegen; ze komen door de voeg heen.

Denk aan de randen

Langs alle wanden en bij elke overgang naar een ander materiaal houd je een ruimte vrij die je niet met voegmortel maar met elastische kit afdicht. Dat is de dilatatie, en die is minstens zo belangrijk als de voegen tussen de tegels zelf.

Meet de maatafwijking van je partij

Leg tien tegels op een rij tegen elkaar en meet de totale lengte. Deel dat door tien en vergelijk met de opgegeven maat. Wijkt het meer dan een millimeter af, dan heb je een bredere voeg nodig om de verschillen op te vangen. Bij een restpartij uit meerdere batches is die meting extra belangrijk.

Materiaal nodig voor je project?

Bekijk het actuele aanbod op de marktplaats u2014 of plaats gratis je eigen restpartij.