Tegels snijden: handsnijder of natzaag
Bij elke tegelklus moet er gesneden worden, en het gereedschap dat daarbij past hangt af van het materiaal en van het soort snede. Met het verkeerde gereedschap verlies je tegels, en bij een restpartij die je niet kunt aanvullen is dat een duur leermoment.
De handsnijder
Een tegelsnijder krast een lijn in het glazuur en breekt de tegel daarlangs. Snel, stofvrij en geen water nodig. Hij werkt goed op keramische wand- en vloertegels tot een bepaalde dikte, en alleen voor rechte sneden van rand tot rand. Voor smalle stroken lukt het breken vaak niet.
De natzaag
Een watergekoelde tegelzaag met een diamantblad snijdt alles: porselein, natuursteen, dikke vloertegels. Je kunt er ook schuine sneden, uitsparingen en smalle stroken mee maken. Hij is trager, hij maakt natte rommel en je hebt ruimte nodig, maar hij is onmisbaar bij harde tegels.
De haakse slijper
Met een diamantschijf op een haakse slijper maak je uitsparingen en sneden op plekken waar je niet met een zaag komt. Het geeft veel stof en een ruwere snede, dus gebruik hem waar de rand straks niet zichtbaar is. Werk altijd met bril, masker en gehoorbescherming.
Oefen eerst
Neem een paar tegels uit je partij die je kunt missen en oefen daarop. Zo leer je hoeveel druk je nodig hebt bij het breken en hoe snel je mag doorvoeren bij het zagen. Dat is een paar tegels investeren om er tien te redden.
Bescherm de zichtzijde
Bij het zagen splintert het glazuur aan de kant waar het blad uit de tegel komt. Leg de tegel bij een natzaag met de zichtzijde naar boven en bij een handcirkelzaag met de zichtzijde naar beneden. Plak bij kwetsbare tegels een strook tape op de zaaglijn; dat houdt het glazuur bij elkaar.