Rd-waarde berekenen uit dikte en lambda: zo weet je wat een partij isoleert
De Rd-waarde is het getal waar alles om draait bij isolatie: de warmteweerstand van een laag, uitgedrukt in vierkante meter kelvin per watt. Hoe hoger, hoe beter. Op nieuwe verpakkingen staat hij groot gedrukt, op een halve pallet zonder folie niet. Gelukkig kun je hem zelf berekenen als je twee dingen weet: de dikte en de lambdawaarde van het materiaal.
De formule
Rd is de dikte in meters gedeeld door de lambdawaarde. Een PIR plaat van 100 millimeter met een lambda van 0,022 geeft 0,100 gedeeld door 0,022, dus ongeveer 4,5. Een glaswolrol van 140 millimeter met een lambda van 0,035 geeft 0,140 gedeeld door 0,035, dus 4,0. Twee heel verschillende diktes, bijna dezelfde prestatie. Dat is precies waarom je op Rd vergelijkt en niet op centimeters.
Lambdawaarden die je mag aanhouden
Ken je de exacte lambda niet, reken dan voorzichtig. Voor PIR houd je 0,023 aan, voor grijs EPS 0,032, voor wit EPS 0,036, voor XPS 0,034, voor glaswol en steenwol 0,035 tot 0,040 afhankelijk van de dichtheid, voor houtvezel 0,038 tot 0,042 en voor cellulose 0,039. Staat er een beter getal op de plaat, dan mag je dat gebruiken. Staat er niets, dan reken je met de hogere waarde zodat je jezelf niet rijk rekent.
Lagen optellen
Leg je twee lagen op elkaar, dan tel je de Rd-waarden bij elkaar op. Een bestaande laag glaswol van 60 millimeter met een Rd van 1,5 plus een nieuwe laag van 100 millimeter met een Rd van 2,7 geeft samen 4,2. Zo kun je een goedkope restpartij gebruiken om een bestaande te dunne laag aan te vullen in plaats van alles te vervangen.
Wat je met het getal doet
Vergelijk het met wat je nodig hebt. Voor subsidie gelden minimale waarden per bouwdeel, voor comfort geldt: meer is beter tot het niet meer past. Reken twee aangeboden partijen om naar Rd per euro per vierkante meter, en je ziet in een oogopslag welke de betere koop is.