Dakisolatie van binnen: tussen de sporen aanbrengen zonder vochtproblemen
Van binnen isoleren is de manier om een zolder bewoonbaar te maken zonder het dak open te breken. Je werkt tussen de sporen, onder het bestaande dakbeschot of de panlatten. Het succes zit in de volgorde van de lagen: ventilatie aan de buitenkant, isolatie ertussen, dampremmer aan de binnenkant, afwerking. Wie een laag overslaat, krijgt vocht in het hout.
Eerst kijken wat er boven zit
Klim naar boven en kijk wat je onder de pannen ziet. Zit er een dampopen folie of een houten beschot met folie, dan mag de isolatie ertegenaan. Zie je de pannen direct, dan moet er een ventilatieruimte blijven of eerst een dampopen laag komen, want anders slaat regen en sneeuw direct op de isolatie. Bij een bitumen dakbeschot of oude dakplaten zonder ventilatie is van binnen isoleren zonder deskundig advies riskant.
De laag tussen de sporen
Meet de sporendikte. Daar past flexibel materiaal in: glaswol, steenwol of houtvezel, klemmend gesneden. Is de sporendikte te klein voor de gewenste Rd, dan verdiep je de sporen met een lat of je legt een tweede laag onder de sporen. Een tweedehands partij hoeft niet precies op maat te zijn zolang hij flexibel is.
De dampremmer
Aan de warme kant komt een dampremmende folie, over de volle breedte, geniet op de sporen en met tape afgeplakt op de naden en aan de muren. Bij houtvezel of een oud dak zonder folie kies je een variabele dampremmer. Zonder deze laag condenseert de binnenlucht in de isolatie tegen het koude beschot.
Afwerken
Op de folie komen latten en daarop gipsplaat of schroot. De ruimte tussen folie en afwerking gebruik je voor kabels, zodat je de folie niet doorboort. Doorvoeren die er toch moeten, plak je rondom af.