Isolatie uit een sloop: oud materiaal herkennen en beoordelen
Op de marktplaats staan twee soorten tweedehands isolatie door elkaar: ongebruikte restpartijen en materiaal dat uit een gebouw is gesloopt. Het tweede is goedkoper en vaak gratis, en dat heeft een reden. Het heeft twintig of veertig jaar in een constructie gezeten, is met de hand losgetrokken en je weet niet altijd wat het is. Toch is er bruikbaar materiaal bij, als je weet waar je op let.
Leeftijd schatten
Vraag het bouwjaar van het gebouw en wanneer de isolatie is aangebracht. Glaswol van voor 1990 is grover en vaak donkerder geel. PUR platen van die tijd hebben een papieren of bitumen cachering. EPS is bijna niet veranderd. Materiaal van voor de jaren tachtig zonder duidelijke herkomst laat je liggen; niet omdat het per se gevaarlijk is, maar omdat je het niet kunt beoordelen.
Let op onbekende vezels
In oude gebouwen zijn isolatiematerialen gebruikt die je nu niet meer wilt: bepaalde spuitlagen, brandwerende platen en pakkingen rond leidingen kunnen asbest bevatten. Grijs, bros, vezelig materiaal dat niet op glaswol of steenwol lijkt, raak je niet aan. Bij een sloop van een gebouw van voor 1994 hoort een asbestinventarisatie; vraag de verkoper ernaar.
Wat gebruik heeft gedaan
Isolatie die jaren tegen een dak heeft gezeten is stoffig, soms door muizen bewoond en op de plek van lekkages verkleurd. Harde platen die zijn losgetrokken hebben afgebroken randen en gescheurde folie. Reken op een derde verlies en op materiaal dat alleen nog voor bijgebouwen en niet kritische toepassingen geschikt is.
Wanneer het de moeite is
Steenwol en glaswol uit een droge, schone constructie van na 2000, in platen of banen die heel zijn losgehaald, zijn prima voor een schuur, een bergingsplafond of een geluidwerende wand. Harde platen zonder grote breuk idem. De prijs hoort dan bij gratis tot een fooi te liggen. Voor een woondak of een vloer waar je subsidie op wilt, kies je een ongebruikte partij.