Een keuken uit de jaren tachtig of negentig: is die nog de moeite waard
Keukens uit de jaren tachtig en negentig worden massaal vervangen. De eigenaren zijn de kleur en de vorm zat, maar de kasten zijn vaak van een kwaliteit die je nu alleen in het dure segment vindt: dikker spaanplaat, massief houten fronten, metalen lades. Tegelijk zijn er uit die tijd ook goedkope keukens die na dertig jaar echt op zijn. Het verschil zie je aan een paar dingen.
Fronten van toen
Veel keukens uit die tijd hebben fronten van massief eiken of van eikenfineer met een kader en paneel. Die zijn donker en gedateerd, maar ze zijn af te schuren en in een lichte kleur te schilderen of te beitsen. Dat geeft een keuken die er weer jaren tegen kan. Kunststof fronten uit die tijd, vaak wit of crème met een houten randje, zijn meestal vergeeld en niet te redden.
Kasten en beslag
Kijk naar de dikte van de zijwanden: 18 of 19 millimeter is een goed teken. De scharnieren zijn potscharnieren zonder zachte sluiting; die zijn eenvoudig te vervangen door moderne. De lades lopen op rollen en komen niet helemaal uit; nieuwe geleiders lossen dat op als de ladebakken heel zijn. Een achterwand van dun hardboard is normaal en geen reden om af te haken.
Maten die afwijken
Keukens uit die tijd zijn lager en minder diep dan moderne. Een werkbladhoogte van 86 centimeter en een kastdiepte van 55 zijn gebruikelijk. Een moderne vaatwasser of oven past daar vaak net niet in. Wil je de keuken met nieuwe apparatuur gebruiken, dan heb je hogere stelpoten en een dieper werkblad nodig, of je zet de apparatuur in een aparte kast ernaast.
Apparatuur van toen laat je liggen
De oven, de kookplaat en de koelkast uit die jaren zijn energieverslinders en aan het eind van hun leven. Neem ze niet mee, tenzij het een gaskookplaat is die nog goed werkt. Vraag de verkoper of je de keuken zonder apparatuur kunt kopen voor een lagere prijs; de meeste verkopers zijn blij dat ze niet met de hele keuken blijven zitten en willen de apparatuur wel zelf naar de milieustraat brengen.