Laminaat kliksysteem herkennen: past die restpartij op wat je al hebt
Bijna elk laminaat heeft tegenwoordig een kliksysteem, maar er zijn tientallen varianten. Sommige klik je onder een hoek in elkaar, andere tik je horizontaal aan, weer andere hebben een losse kunststof veer aan de kopse kant. Voor een enkele partij maakt dat niet uit. Het wordt pas een probleem als je twee partijen wilt koppelen of als je een oude vloer wilt aanvullen.
De drie hoofdgroepen
De oudste variant is het hoeksysteem: je houdt de plank schuin, schuift de veer in de groef en drukt hem plat. Zowel de lange als de korte zijde gaan zo in elkaar, en dat betekent dat je hele rijen tegelijk moet kantelen. De tweede groep is het valsysteem, waarbij de lange zijde onder een hoek gaat en de korte zijde met een druk van boven vastklikt. De derde groep is het slagsysteem: planken schuif je horizontaal tegen elkaar en tik je met een slagblok aan. Dat laatste zie je vooral bij goedkoop en ouder laminaat.
Kijk naar het profiel
Leg een losse plank op zijn kant en kijk naar het freesprofiel van de lange zijde. Een hoeksysteem heeft een ronde neus die in een ronde groef valt. Een valsysteem heeft aan de korte kant vaak een aparte, kleinere haak of een los kunststof lipje. Maak er een foto van, met een muntje ernaast voor de maat. Een verkoper kan je die foto ook vooraf sturen; vraag er specifiek om.
Test met een eigen plank
Wil je een bestaande vloer aanvullen, neem dan een losse plank of een afgezaagd reststuk van je eigen vloer mee naar de verkoper. Klikt het in elkaar zonder te forceren en ligt het oppervlak op gelijke hoogte, dan past het. Klikt het wel maar staat er een randje, dan is de dikte anders en krijg je een struikelrand.
Als het niet past
Twee partijen met verschillende kliksystemen kun je toch in een ruimte leggen, maar niet aan elkaar. Je scheidt ze met een overgangsprofiel, bijvoorbeeld bij een deuropening of waar de kamer een knik maakt. Dat is netter dan een gelijmde naad die na een winter toch openspringt.