Tweedehands cellenbeton en gasbeton: licht, zaagbaar en gevoelig voor vocht
Cellenbeton, in de volksmond gasbeton en bekend van een aantal merknamen, is een witte, luchtige steen die bestaat uit zand, kalk, cement en een klein beetje aluminiumpoeder. Dat poeder laat het mengsel schuimen tot een blok vol kleine luchtbelletjes. Het resultaat is een steen die drijft op water, die je met een gewone handzaag doorzaagt en die goed isoleert. Na een verbouwing blijven er vaak dozen en stapels van over die op de marktplaats belanden.
Waarvoor het wel en niet geschikt is
Cellenbeton is bedoeld voor niet-dragende binnenwanden, voor het opvullen van openingen, voor omkastingen van leidingen en voor lichte bouwwerken als een tuinhuis dat gestuukt en afgedekt wordt. Het is niet geschikt voor een onbeschermde buitenmuur, een fundering of een muur waar zware kasten aan moeten hangen, want een gewone plug trekt eruit. Wie dat weet, koopt geen partij voor de verkeerde klus.
Blokken beoordelen op de stapel
Kijk eerst naar de kleur. Gaaf cellenbeton is egaal wit tot lichtgrijs. Gele of bruine vlekken wijzen op langdurig vocht, groene op algen, en zwarte stippen op schimmel: die blokken laat je liggen. Druk met je duim op een blok; gaat er poeder af of zakt het in, dan is het verweerd. Afgebroken hoeken zijn geen probleem, want je zaagt het blok toch op maat. Scheuren dwars door een blok wel, want daar breekt het bij het tillen.
Het vochtprobleem
De luchtbelletjes die het blok zo licht maken, zuigen ook water op als het blok nat wordt. Een verzadigd blok weegt drie keer zoveel als een droog blok en verliest een groot deel van zijn sterkte tot het weer droog is, wat weken kan duren. Een partij die buiten in de regen heeft gestaan, is daarom zwaarder, kwetsbaarder en lastiger te lijmen. Vraag of de blokken binnen of afgedekt zijn opgeslagen en til er een op: een droog blok van 60 bij 20 bij 10 centimeter weegt ongeveer zeven kilo.
Vervoer en opslag na aankoop
Het voordeel van cellenbeton is dat het vervoer eenvoudig is: een partij van tachtig blokken past in een kleine aanhanger of zelfs in een ruime stationwagen. Leg de blokken thuis op een pallet of op latten, nooit direct op de grond, en dek ze af met een zeil dat aan de zijkanten open blijft zodat de lucht erlangs kan. Zo blijven ze droog tot je ze verwerkt.