Tijdelijke gebouwen: bouwen om weer af te breken zonder afval
Soms weet je vooraf dat een gebouw niet blijft: een werkplaats tot de nieuwbouw klaar is, een tuinhuis op gehuurde grond, een tijdelijke uitbreiding van een bedrijf. Bij een gewone bouwwijze is de sloop dan een verliespost. Bij een tijdelijk gebouw dat als tijdelijk is ontworpen, is het einde een verhuizing. Alles wat erin zit gaat mee naar de volgende plek of naar de marktplaats.
Een fundering zonder beton
Het eerste wat je vermijdt is een gestorte fundering. Een tijdelijk gebouw staat op schroefpalen, op betonnen poeren die je kunt lichten, of op een raamwerk van balken op stelvoeten. Bij vertrek draai je de palen eruit en blijft er alleen een verstoorde grasmat over. Voor een lichte constructie is dat ruim voldoende, en de grond blijft schoon.
Een casco dat uit elkaar kan
Bouw het geraamte van hout of staal met bouten en schroeven, in panelen of frames die door twee man te tillen zijn. Verbind de panelen met bouten door voorgeboorde gaten, niet met spijkers. Werk met vaste maten zodat elk paneel op elke plek past; dat maakt hermontage op een andere locatie mogelijk zonder passen en meten. Houd de wanden, de vloer en het dak los van elkaar.
Afwerking die meeverhuist
Kies isolatie in platen of dekens die je uit de wand kunt trekken, geen ingeblazen of gespoten materiaal. Beplating op schroeven, kozijnen op klemmen of schroeven, dakbedekking in losse platen of pannen. Leidingen in zicht of in een demontabele koof. Vloerafwerking in klikpanelen. Elke keuze toets je aan een simpele vraag: kan dit er over vijf jaar in een dag heel uit.
Papieren voor tijdelijk
Voor een tijdelijk bouwwerk kan een gemeente een vergunning voor bepaalde tijd geven, met de verplichting het daarna te verwijderen. Dat sluit precies aan bij deze bouwwijze. Leg in de aanvraag uit hoe het gebouw uit elkaar gaat; het helpt de beoordeling en het maakt de verwijderplicht een formaliteit in plaats van een kostenpost.