Het ontwerp aanpassen aan de maten van gevonden materiaal
Nieuw materiaal wordt op maat besteld; tweedehands materiaal heeft de maat die het heeft. Een goed ontwerp voor een verbouwing met hergebruikt materiaal is dus niet af als het getekend is, maar pas als de belangrijkste stukken binnen zijn en de maten zijn gecontroleerd. Dat vraagt om een manier van tekenen die ruimte laat.
Teken met speling in de sparingen
Bij kozijnen en deuren teken je de sparing pas definitief als het kozijn er is. Tot die tijd werk je met een bandbreedte: een raam tussen de 90 en 110 centimeter breed, een deur van 83 tot 93 centimeter. Metselwerk en houtskeletbouw kunnen die speling aan als je het vooraf weet. Zit de sparing al vast, dan pas je het kozijn aan met een stelkozijn of een vulstuk dat je netjes afwerkt.
Werk met een raster
Kies een maat waar veel tweedehands materiaal in past en bouw daarop voort. Plaatmateriaal is 122 centimeter breed, dus een wand van 244 of 366 centimeter kost geen zaagwerk. Keukenkasten komen in stappen van 10 of 15 centimeter. Wie zijn maten daarop afstemt, hoeft gevonden materiaal niet te verkleinen en heeft minder verlies.
Afwijkingen bewust maken
Een werkblad dat tien centimeter te kort is, wordt met een houten opzetstuk aan het eind een plek voor een broodplank. Een deur die te laag is, krijgt een bovenlicht. Een vloer die net niet tot de muur reikt, krijgt een brede plint of een strook van een ander materiaal. Een afwijking die eruitziet als een keuze valt niet op; een die eruitziet als een reparatie wel.
Wanneer je het materiaal aanpast en wanneer het ontwerp
Kleine afwijkingen los je op in het materiaal: een deur een centimeter afschaven, een plank inkorten, een tegel snijden. Grote afwijkingen los je op in het ontwerp: een wand verschuiven, een kast anders indelen. De grens ligt waar het aanpassen van het materiaal de kwaliteit aantast, zoals een deur die zoveel is afgeschaafd dat het paneel niet meer klopt.