Uitval meerekenen: hoeveel extra koop je van een gebruikte partij
Wie tegels legt, koopt altijd iets meer dan de oppervlakte van de vloer, voor snijverlies en breuk. Bij een gebruikte partij komt daar een tweede laag bij: stukken die al beschadigd zijn voordat je begint. Wie dat vergeet, staat halverwege de klus met een tekort dat niet meer aan te vullen is. Het aantal dat je koopt, is dus een rekensom van drie delen.
Wat je nodig hebt
Begin met de netto hoeveelheid: de oppervlakte van de vloer, de lengte van de wand, het aantal deuren. Meet zelf na en rond naar boven af. Neem bij een patroon of diagonale legwijze een ruimere marge, want daar snijd je meer weg. Dit is hetzelfde getal dat je voor nieuw materiaal zou gebruiken en het is de basis waar de rest bovenop komt.
Wat er al kapot is
Bij het bekijken van de partij sorteer je een steekproef: pak twintig stuks van verschillende plekken en tel hoeveel er bruikbaar zijn. Die verhouding vertaal je naar de hele partij. Bij tegels uit een sloop is een kwart uitval niet vreemd, bij ongebruikte restanten uit een verbouwing bijna niets. Vraag de verkoper of hij de beschadigde stukken er al uit heeft gehaald; dat maakt een groot verschil voor je berekening.
Wat je bij het werk nog verliest
Gebruikt materiaal breekt makkelijker bij het snijden en verwerken dan nieuw. Oude tegels zijn brosser, oude planken splinteren aan de zaagsnede, oude stenen barsten bij het bikken. Neem daar bovenop de gewone snijmarge nog een extra marge voor. Hou ook een paar stuks over voor reparaties later, want die serie koop je nooit meer bij.
Liever te veel dan te weinig
De prijs per stuk van een gebruikte partij is laag; een tekort van tien stuks is daarentegen een probleem dat niet met geld is op te lossen. Koop dus ruim, en zet het overschot na de klus terug op de marktplaats. Wat je daarvoor terugkrijgt, is vaak meer dan de paar extra stuks je kostten, omdat je ze nu gesorteerd en schoon aanbiedt.