Snijverlies inrekenen: waar de tegels blijven
Mensen rekenen bij tegels een marge voor breuk, maar breuk is meestal niet de grootste post. Het werkelijke verlies ontstaat bij de randen, de hoeken en de uitsparingen, waar je stukken afsnijdt die je niet meer kunt gebruiken. Hoeveel dat is, hangt sterk af van hoe je legt.
Recht leggen: het minste verlies
Bij recht leggen in rijen kun je het afgesneden stuk van de ene rij vaak gebruiken om de volgende rij te beginnen. Het verlies blijft dan beperkt tot de rand van de ruimte. Reken bij een rechthoekige kamer met weinig uitsparingen op ongeveer tien procent.
Halfsteens en diagonaal
Bij een halfsteens verband gebruik je de helften wel, dus het verlies blijft vergelijkbaar. Bij diagonaal leggen snijd je aan alle randen driehoeken af en loopt het verlies op naar vijftien procent of meer, want de afgesneden driehoeken passen zelden ergens anders.
Visgraat en patronen
Bij visgraat en andere patronen ligt het verlies het hoogst, omdat je aan elke rand halve en scheve stukken krijgt die niet herbruikbaar zijn. Reken daar twintig procent of meer. Bij een restpartij is dat vaak de reden om voor een eenvoudiger patroon te kiezen.
Uitsparingen tellen dubbel
Elke leidingdoorvoer, elk stopcontact en elke deurpost kost een hele tegel waarvan je maar een deel gebruikt. Tel het aantal van zulke punten in je ruimte en reken per stuk een hele tegel extra. Dat is realistischer dan een algemeen percentage.
Bewaar de snijresten
Gooi de afgesneden stukken niet direct weg maar leg ze op een stapel gesorteerd op grootte. Bij de laatste rijen, bij plinten en bij kleine uitsparingen komen ze goed van pas. Wie de restjes bij de hand houdt, snijdt aan het eind van de klus aanzienlijk minder hele tegels aan.