CO2 van nieuw tegenover hergebruikt materiaal: waar de winst echt zit
De uitstoot van een gebouw zit niet alleen in de verwarming. Een groot deel zit in de materialen: het maken van cement, het smelten van staal en glas, het bakken van steen. Die uitstoot is al gebeurd voordat het materiaal op de bouwplaats ligt. Bij hergebruik hoeft dat niet opnieuw. Dat is de belangrijkste milieureden om tweedehands te bouwen, en het loont om te weten waar die winst het grootst is.
De zware jongens
Cement, staal, aluminium en glas vragen enorme hitte in de productie. Beton is per kilo niet extreem, maar er zit zo veel van in een gebouw dat het totaal groot wordt. Baksteen wordt op hoge temperatuur gebakken. Dit zijn de materialen waarbij hergebruik het meeste scheelt. Een tweedehands stalen profiel of een partij schoongebikte klinkers bespaart meer dan een hele container hergebruikt hout.
De lichte materialen
Hout slaat tijdens de groei koolstof op en vraagt weinig energie om te zagen. Nieuw hout is daarmee al relatief gunstig, en hergebruikt hout nog iets gunstiger. Het verschil is kleiner dan bij staal. Gips, kalk en de meeste isolatiematerialen zitten daar tussenin. Hergebruik van deze materialen is zinvol, maar de reden is dan vaker geld of kwaliteit dan uitstoot.
Transport telt ook
Een hergebruikt materiaal dat driehonderd kilometer wordt vervoerd verliest een deel van zijn voordeel. Bij zware materialen blijft de winst meestal ruim overeind, bij lichte kan het krap worden. Zoek daarom dichtbij. Een partij tegels twee straten verderop is in alle opzichten beter dan dezelfde partij aan de andere kant van het land, ook al is de tweede iets goedkoper.
Bewerking en schoonmaken
Ook het opknappen kost iets: stralen van staal, bikken van stenen, schaven van hout. Dat weegt zelden op tegen de productie van nieuw, maar het is niet nul. Wie een materiaal zo kan gebruiken als het is, met een minimale bewerking, haalt de maximale winst. Dat is nog een reden om te ontwerpen met wat er is, in plaats van wat er is naar een ontwerp te dwingen.