Houtsoorten herkennen aan nerf, kleur en gewicht
Op een marktplaats staat hout vaak te koop als "hout". De verkoper heeft het uit een verbouwing en weet zelf niet welke soort het is. Voor jou maakt dat wel uit: vurenhout en eikenhout schelen een factor vijf in prijs en zijn voor heel andere klussen geschikt. Met drie kenmerken kom je meestal tot de juiste soort.
De nerf vertelt het meeste
Vuren en grenen hebben een rechte, regelmatige nerf met duidelijke jaarringen en veel knoesten. Eiken heeft een grovere tekening met zichtbare spiegels: glanzende vlekjes dwars op de nerf, die je bij geen andere soort zo ziet. Meranti heeft een fijne, iets gestreepte tekening en vrijwel geen knoesten. Beuken is bijna nerfloos en egaal. Zie je op de kopse kant grote poriën als kleine gaatjes, dan heb je een loofhoutsoort te pakken.
Zaag een hoekje af
Oud hout is aan de buitenkant altijd verkleurd. Vraag of je een centimeter van een uiteinde mag afzagen: de verse kleur zegt veel meer. Vuren is bijna wit tot lichtgeel, grenen is roomkleurig met duidelijk donkerder zomerhout, meranti is roodbruin, eiken lichtbruin met een grijzige zweem. Kleurt het verse hout groenig, dan is het waarschijnlijk verduurzaamd met een koperzout.
Til het op
Gewicht is de snelste controle. Een balk van 7 bij 17 centimeter en drie meter lang weegt in vuren ongeveer dertig kilo, in eiken ruim het dubbele. Voelt een plank verrassend licht voor zijn formaat, dan is het naaldhout of is het hout aangetast en van binnen weggerot. Voelt hij loodzwaar, dan is het hardhout of het is doorweekt.
Wat je met twijfel doet
Weet je het nog niet zeker, vraag dan waar het vandaan komt. Bouwjaar en plek zeggen veel: kozijnen uit de jaren zeventig zijn meestal meranti, gebintbalken uit een boerderij bijna altijd eiken of grenen, en alles wat van een moderne bouwplaats komt is vrijwel zeker vuren. Zet die vraag in je bericht, dan weet je het voor je gaat rijden.
Houtsoorten herkennen bij een hele partij
Moet je houtsoorten herkennen in een gemengde partij, sorteer dan eerst op gewicht en kleur voordat je naar de nerf kijkt. Leg de lichte, bleke planken bij elkaar, de zware donkere apart, en wat roodbruin is op een derde stapel. Zo heb je in een paar minuten een eerste indeling en kijk je daarna alleen nog naar de twijfelgevallen.
Gebruik daarbij ook je neus. Vers gezaagd eiken ruikt zuur, bijna als azijn. Grenen ruikt naar hars. Ceder en sommige tropische soorten hebben een sterke, kruidige geur. Een klein zaagje of een schaafje in je tas is genoeg om dat ter plekke te testen.
Vraag de verkoper of je zelf mag uitzoeken. Bij een gemengde partij is dat vaak geen probleem, en dan neem je alleen mee wat je kunt gebruiken. Dat scheelt geld en je hoeft geen hout af te voeren dat je toch niet gebruikt.