Prijs per stuk of per partij: wat spreek je af
Verkopers noemen meestal een bedrag voor het geheel: alles voor 150 euro. Dat is makkelijk, maar het veronderstelt dat je weet hoeveel je krijgt en dat je alles wilt. Vaak is dat niet zo. Een prijs per stuk of per vierkante meter geeft meer houvast, vooral bij grote aantallen en bij partijen waar een deel onbruikbaar is.
Wanneer een partijprijs goed werkt
Bij kleine partijen, bij materiaal in nette staat en bij verkopers die toch alles kwijt willen, is een totaalbedrag prima. Je bekijkt de partij, je schat het aantal, je doet een bod op het geheel. De verkoper is blij dat hij in een keer klaar is en jij hoeft niet te tellen. Zet wel in de chat om hoeveel het ongeveer gaat, zodat je bij het ophalen niet ineens de helft aantreft.
Wanneer je per stuk afspreekt
Bij grote aantallen, bij materiaal met veel uitval en bij partijen waarvan je maar een deel nodig hebt, spreek je een prijs per eenheid af. Dan tel je bij het ophalen wat je meeneemt en betaal je precies dat. De verkoper houdt de rest voor een volgende koper. Dit voorkomt dat je betaalt voor stukken die je daarna naar de stort brengt.
Tel samen
Bij een stukprijs telt ieder mee. Leg wat je meeneemt in stapels van tien of twintig, zodat het overzichtelijk is, en noem het aantal hardop voordat je afrekent. Bij vierkante meters tel je de stuks en reken je om met de maat die je zelf hebt gemeten. Bij gewicht, zoals zand of grind, ga je uit van een schatting en houd je het aan de ruime kant naar de verkoper toe; niemand heeft een weegbrug in de tuin.
De combinatie
Een handige middenweg: een stukprijs voor het goede materiaal en de beschadigde stukken gratis erbij, of een totaalbedrag met een afspraak dat het bedrag omlaag gaat als het aantal onder een bepaald getal ligt. Zo hebben beide partijen zekerheid en blijft er ruimte voor wat je bij het ophalen tegenkomt. Wat je ook kiest, leg het in de chat vast voordat je gaat rijden.