Een plafond afwerken met oude plafonddelen of restplaat
Een oud plafond met scheuren, vlekken of een verouderde structuur is een van de dingen die een kamer gedateerd maken. Slopen is stoffig en levert vaak een nog lelijkere ondergrond op. Handiger is een nieuw plafond eronder hangen: een latwerk aan de balken of het bestaande plafond, met daarop tweedehands plafonddelen, schroten of restplaten gips. Zo verlies je maar drie tot vijf centimeter hoogte en win je een strak vlak.
Materiaal kiezen
- Houten plafonddelen of schroten met messing en groef, vaak per pak over uit een verbouwing. Wit geschilderd ogen ze modern.
- Gipsplaten van 9,5 of 12,5 millimeter, uit restpartijen; een plafond van 16 vierkante meter vraagt zes platen.
- Latten van 2 bij 4 of 2,5 bij 5 centimeter voor het regelwerk, om de 40 centimeter bij gips en om de 60 centimeter bij houten delen.
- Schroeven, pluggen bij een betonplafond, gaas en voegvuller bij gips.
Het latwerk
- Zoek de balken met een balkzoeker of door te kloppen en teken hun loop af.
- Zet de eerste lat langs de wand op een vaste hoogte met een laser of een lange waterpas, en de laatste aan de overkant op precies dezelfde hoogte.
- Span twee draden tussen die latten en monteer de tussenlatten op de draden, met stukjes plaat als opvulling waar het oude plafond doorzakt.
- Leg eventueel dunne isolatie of geluidswol tussen de latten voordat je dichtmaakt.
Delen of platen monteren
Houten delen spijker of schroef je blind door de messing, beginnend aan de raamkant zodat de naden niet in het licht liggen. Gipsplaten schroef je met een helper of een plaatlift op de latten, in verband zodat de naden niet doorlopen, en werk je af met gaasband en twee lagen voegvuller. Rond de wand komt een klein lijstje of een schaduwvoeg van een centimeter, dat oogt strakker dan kit.
Lampen en leidingen
Een verlaagd plafond is de kans om lichtpunten te verplaatsen of inbouwspots te maken, want de kabels lopen nu in de spouw. Laat dat werk doen door een elektricien, zeker bij spots die warm worden onder houten delen. Boor in een betonplafond nooit zomaar in de buurt van een bestaand lichtpunt; daar lopen de leidingen.