Loodverf op oud hout: hoe je het aanpakt
Sloophout uit oude woningen is vrijwel altijd geschilderd geweest. Bij bouwjaren tot ruwweg 1980 kan daar loodhoudende verf tussen zitten, meestal in de onderste lagen. Zolang die verf heel is en blijft zitten, gebeurt er niets. Het gaat mis op het moment dat je hem gaat bewerken.
Waar je het kunt verwachten
Loodhoudende verf werd vooral op hout en metaal gebruikt op plekken die te lijden hadden: buitenkozijnen, deuren, trapleuningen, vensterbanken en radiatoren. Typisch is een dikke, iets rubberachtige laag die bij beschadiging in schilfers loslaat in plaats van te poederen. Tel de lagen op een beschadigde plek: hoe meer lagen, hoe dieper de geschiedenis.
Wat je vooral niet doet
Droog machinaal schuren is de slechtste optie, want dan komt het lood als fijn stof in de lucht en in je huis. Afbranden met een hete luchtpistool op hoge stand hoort er ook bij: bij verhitting komen dampen vrij. Dat geldt zeker als er kinderen of zwangere mensen in huis zijn.
Wat wel kan
De veiligste route is de verf laten zitten en eroverheen werken: goed reinigen, licht opruwen met een schuurspons en nat werken, daarna primeren en schilderen. Moet de verf er toch af, dan zijn chemisch afbijten of nat schuren met opvang de aangewezen manieren, met handschoenen, adembescherming en afdekfolie op de grond.
Vraag het bouwjaar bij de aankoop
Het is de eenvoudigste vraag die je kunt stellen en hij bepaalt hoeveel werk je aan een partij hebt. Verkoopt iemand geschilderde deuren uit een pand uit 1930, reken dan op deze aanpak. Verkoopt iemand deuren uit 2005, dan speelt het niet. Zet het antwoord ook in je eigen advertentie als je zelf verkoopt.