De ondergrond voorbereiden: de stap die het resultaat bepaalt
Vrijwel elk probleem met tegelwerk is terug te voeren op de ondergrond. Loszittende tegels, scheuren in de voegen, uitstekende randen: het begint vrijwel nooit bij de tegel of de lijm maar bij wat eronder zit. De voorbereiding is dan ook het deel waarop je niet moet beknibbelen.
Draagkrachtig
De ondergrond moet stevig zijn en niet meebewegen. Klop met je knokkels op een wand of vloer: een holle klank wijst op een losse laag eronder. Loszittend stucwerk, oude verflagen en zachte pleisterlagen moeten eraf, want de tegel hecht aan die laag en niet aan de muur erachter.
Schoon en vetvrij
Stof is de grootste hechtingsvijand. Zuig de hele ondergrond af en veeg hem daarna na met een vochtige doek. Vetvlekken, lijmresten en verfspatten moeten weg. Een ondergrond die er schoon uitziet, is dat op stofniveau meestal nog niet.
Vlak
Leg een rechte lat van twee meter in verschillende richtingen tegen de ondergrond en kijk waar er licht onderdoor komt. Afwijkingen van meer dan een paar millimeter moet je wegwerken met egalisatie of met een uitvlakmortel. Hoe groter je tegels, hoe strenger die eis.
Voorstrijken
Een sterk zuigende ondergrond zoals gips of cellenbeton trekt het water uit de lijm voordat die kan uitharden. Een voorstrijkmiddel regelt dat. Op een gladde, niet zuigende ondergrond gebruik je juist een hechtprimer. Kies het middel op de ondergrond en laat het volledig drogen.
Controleer op vocht
Een ondergrond die nog vochtig is, geeft een lijmlaag die niet goed uithardt en op termijn loslaat. Bij een nieuwe dekvloer of een pas gestucte wand wacht je de droogtijd af, vaak weken. Plak een stuk folie op de ondergrond en kijk na een dag of er condens onder zit; zo ja, dan is het te vroeg om te tegelen.