Meerdere restpartijen combineren tot een geheel dat klopt
Restpartijen zijn per definitie te klein. Iemand heeft over wat overbleef na een klus, en dat is zelden precies de hoeveelheid die jij nodig hebt. Wie daar omheen kan werken, koopt goedkoop en bouwt iets unieks. Wie het niet kan, eindigt met een badkamer waar de laatste rij tegels een andere kleur heeft. Het verschil zit in hoe je combineert.
Combineer op contrast, niet op bijna-gelijk
Twee partijen die op elkaar lijken maar net verschillen, vallen altijd op. Een wit dat een fractie warmer is, een houtkleur die net iets roder uitvalt: het oog ziet het meteen en leest het als fout. Kies daarom bewust voor duidelijk verschil. Een donkere vloertegel met een lichte wandtegel, een grijze plint bij een houten vloer. Het verschil oogt dan als een keuze in plaats van als een tekort.
Geef elke partij een eigen vlak
Laat partijen nooit door elkaar lopen in een vlak. Wijs elke partij een eigen, afgebakend gebied toe: de douchehoek in de ene tegel, de rest van de wand in de andere. Een vloer tot aan de deur in partij A, de bijkeuken in partij B. Een overgang op een natuurlijke lijn, zoals een deurpost, een hoek of een verspringing in de muur, valt niet op. Een overgang midden in een muur wel.
Reken het uit voor je koopt
Meet de vlakken die je hebt en zet ze naast de hoeveelheden die te koop staan. Neem per vlak de partij die er met marge in past, en houd rekening met snijverlies bij tegels en zaagverlies bij hout. Kom je in een vlak net tekort, dan is een derde partij niet de oplossing; maak dan het vlak kleiner of neem een ander vlak in het plan.
Formaat en dikte moeten kloppen
Kleur mag verschillen, dikte liever niet. Twee vloertegels van verschillende dikte naast elkaar geven een opstaande rand waar je over struikelt en die je met lijm moet wegwerken. Twee planken van verschillende dikte in een vloer zijn een blijvende ergernis. Controleer die maten in de advertentie of vraag ernaar voordat je gaat kijken.