Spaanplaat of MDF uit een restpartij: welke kies je
Spaanplaat en MDF komen allebei veel voor in restpartijen, vooral uit interieurbouw en keukenmontage. Ze worden door elkaar aangeboden en soms door elkaar gehaald. Voor de klus die je ermee doet, maakt het verschil uit.
Het verschil herkennen
Kijk naar de kopse kant. Spaanplaat laat duidelijk losse houtsnippers zien, grof in het midden en fijner aan de buitenkant. MDF is een egale, dichte massa zonder zichtbare structuur, met een gladde bruine kleur. MDF is ook duidelijk zwaarder en voelt kouder aan.
Wat ze aankunnen
MDF is veel makkelijker te frezen en te schilderen: de randen zijn dicht en blijven strak. Spaanplaat is stijver bij dezelfde dikte en daarmee geschikter voor legplanken die iets moeten dragen. Allebei zijn ze slecht bestand tegen vocht, maar spaanplaat zwelt sneller en onherstelbaarder dan MDF.
Gemelamineerd of kaal
Veel restpartijen zijn afgewerkt met een melaminelaag, vaak wit. Dat is prettig: het is meteen klaar en beschermt tegen vuil. Let wel op de zaagkanten, die je moet afplakken met kantenband, en op krassen in de laag. Kaal materiaal is veelzijdiger maar moet je nog afwerken.
Waar je ze voor gebruikt
Voor kastinterieurs, legplanken en klusmeubels binnen zijn beide prima. Voor een gestucte of geschilderde wandafwerking kies je MDF. Voor alles wat in een garage, een schuur of een badkamer komt, kies je geen van beide en zoek je naar multiplex. Vraag altijd waar de platen opgeslagen lagen: een vochtige schuur is het einde van elke spaanplaat.
Zagen en stofafzuiging
Beide platen geven bij zagen en frezen veel fijn stof, MDF nog meer dan spaanplaat omdat de vezels zo klein zijn. Werk buiten of met afzuiging op de machine, en zet een stofmasker op. Gebruik een blad met veel tanden, anders scheurt de melaminelaag uit aan de onderkant van de snede. Leg de plaat met de mooie kant naar boven als je met een handcirkelzaag werkt, en andersom bij een invalzaag.