Stelkozijn of metselkozijn: het verschil en waarom het telt
Kozijnen worden op twee manieren in een muur gezet, en dat verschil bepaalt hoe het kozijn eruitziet en hoe je het bij hergebruik moet plaatsen. Wie een kozijn koopt dat voor de ene methode is gemaakt en het voor de andere gebruikt, krijgt problemen met de aansluiting.
Het metselkozijn
Dit kozijn wordt tijdens het metselen geplaatst en de stenen worden er letterlijk omheen gemetseld. Het heeft daarom een sponning of een groef aan de buitenzijde waar het metselwerk in valt, en er zitten stalen ankers aan die in de voegen worden ingemetseld. De aansluiting is daarmee direct en er is geen kitvoeg nodig.
Het stelkozijn
Een stelkozijn wordt achteraf in een bestaande opening gezet, vastgezet met schroeven of stelbeugels, en rondom afgedicht met isolatie en kit. Dat is de methode bij vervanging en bij renovatie. Het kozijn heeft dan een vlakke buitenzijde zonder sponning voor metselwerk.
Een metselkozijn achteraf plaatsen
Dat kan, maar de sponning aan de buitenkant blijft dan zichtbaar als een groef die je moet dichtzetten. Soms zaag je die eraf, soms vul je hem op. Reken op extra werk en op een aansluiting die er anders uitziet dan bij de rest van de gevel.
Wat je vraagt bij aankoop
Vraag om een opname van de buitenzijde van het kozijnhout, met name van de hoek tussen stijl en buitenmuur. Daaraan zie je meteen of er een metselsponning zit en of er ankers aan hebben gezeten. Vraag ook of de ankers zijn afgeknipt of mee zijn gekomen.
Ankers die zijn afgeknipt
Bij sloop worden de ankers vaak vlak langs het hout doorgeknipt. Wat overblijft zijn stukjes staal die in het kozijnhout steken. Die moeten eruit voordat je het kozijn opnieuw plaatst of bewerkt, anders loop je met de zaag of de schaaf tegen metaal aan. Vraag om een opname van de zijkant van de stijlen.