Naar hoofdinhoud

Tweedehands sandwichpanelen: b-keus, kerndikte en dakprofiel

Sandwichpanelen zijn de stalen platen met een isolerende kern ertussen die je ziet op loodsen, schuren, stallen en bedrijfshallen. Bij een verbouwing of sloop komen ze vaak in grote aantallen vrij, en bij fabrikanten blijven er b-keus panelen over: platen met een kleurafwijking of een deuk die niet meer naar de klant gaan. Voor wie een tuinhuis, werkplaats, carport of schuur wil bouwen, zijn tweedehands sandwichpanelen een snelle manier om een geisoleerd dak of een dichte wand te krijgen.

Toch lijken de platen meer op elkaar dan ze zijn. Een dakpaneel is iets anders dan een wandpaneel, de kern bepaalt hoe warm en hoe brandveilig het wordt, en een paneel dat jaren buiten heeft gelegen kan van binnen nat zijn. In dit artikel lees je waar je op let als je tweedehands sandwichpanelen koopt.

Dakpaneel of wandpaneel

Het eerste verschil zie je meteen aan de buitenkant. Een dakpaneel heeft een hoog profiel met ribbels of trapezes, zodat het regenwater snel naar beneden loopt en de plaat stijf genoeg is om een overspanning te maken. Een wandpaneel is aan de buitenkant vlak of licht geprofileerd, en heeft aan de zijkanten een verbinding waarmee de panelen in elkaar schuiven.

Gebruik een wandpaneel nooit als dak. Het profiel is te laag om water goed af te voeren, en de naden zijn niet gemaakt om van boven nat te worden. Andersom kan een dakpaneel wel tegen een wand, maar dan heb je een ribbelige gevel. Vraag de verkoper dus altijd of de partij van het dak of van de wanden komt, en kijk zelf naar het profiel.

Kerndikte en kernmateriaal

De dikte van de kern bepaalt hoe goed het paneel isoleert. Voor een onverwarmde opslag of een overkapping is een dunne kern genoeg. Wil je er een werkplaats of tuinkamer van maken die je verwarmt, kies dan dikkere panelen. Meet de dikte zelf op aan de zijkant van een plaat, want bij een gemengde partij liggen soms twee diktes door elkaar.

Kijk ook naar wat er in de kern zit:

  • PIR of PUR: geel of lichtbruin schuim. Isoleert goed bij een kleine dikte en is licht van gewicht.
  • Minerale wol of steenwol: vezelig, grijs of geelbruin. Zwaarder, maar beter bestand tegen brand. Dat speelt mee als je dicht bij een woning of een erfgrens bouwt.
  • EPS: wit korrelig schuim. Komt vooral voor in oudere en goedkopere panelen.

Twijfel je over de brandklasse die je nodig hebt, vraag het dan na bij je gemeente voor je koopt. Bij een bijgebouw tegen een huis gelden andere eisen dan bij een losse schuur achter in de tuin.

B-keus: wat het betekent en wat het niet betekent

B-keus klinkt als tweede kwaliteit, maar bij sandwichpanelen gaat het meestal om iets kleins. Een kleur die net iets afwijkt van de bestelling, een paneel dat te kort is gezaagd, een deukje in de buitenplaat of een kras in de coating. Voor een schuur, een stal of een werkplaats is dat zelden een probleem.

Let wel op het verschil tussen een cosmetische fout en schade die de plaat zwakker maakt. Een deuk in de vlakke binnenkant is niet erg. Een geknikt profiel aan de dakkant wel, want daar blijft water staan en daar kan de plaat bij sneeuw doorbuigen. Vraag bij b-keus altijd waarom de panelen zijn afgekeurd.

Zo controleer je tweedehands sandwichpanelen

Neem bij het ophalen een paar minuten de tijd voor de stapel. Deze punten loop je na:

  • Druk op het midden van een paneel. Voelt het verend of hoor je kraken, dan heeft de kern losgelaten van de staalplaat. Dat heet delaminatie en zo'n plaat is niet meer stijf.
  • Kijk naar de zaagkanten. Roest aan de rand is normaal bij oude platen, maar roest die onder de coating doorkruipt is een slecht teken.
  • Til een plaat op. Is hij zwaarder dan de rest van de partij, dan zit er mogelijk water in de kern.
  • Controleer de verbindingen aan de zijkanten. Platgedrukte lippen sluiten niet meer goed aan.
  • Vraag of de beschermfolie er nog op zit bij nieuwe of b-keus panelen. Die folie moet eraf voordat hij lang in de zon ligt, anders bakt hij vast.
  • Tel de schroefgaten bij panelen uit de sloop. Die moet je straks afdichten of op een gording laten vallen.

Lengte, overlap en vervoer

Dakpanelen worden vaak op maat gezaagd voor het gebouw waar ze vandaan komen. Meet dus de lengte van elk paneel op en vergelijk die met jouw dak. Bij een dak met meerdere platen achter elkaar heb je een overlap nodig, en daarvoor moet de bovenste plaat iets langer zijn of aan de onderkant zijn uitgesneden.

Lange panelen vervoer je met een aanhanger met een lange laadvloer of je laat ze brengen. Leg ze plat, met latten ertussen, en zet de stapel stevig vast. Een paneel dat tijdens het rijden gaat schuiven, krijgt een knik die je er niet meer uit krijgt.

Monteren met de juiste schroeven

Sandwichpanelen bevestig je met speciale schroeven met een afdichtring, die door de bovenkant van het profiel in de gording gaan. Gebruik de oude schroeven niet opnieuw: de rubber ringen zijn na jaren hard geworden en houden geen water meer tegen. Werk van onder naar boven en tegen de heersende windrichting in, zodat de naden niet open waaien.

Tweedehands sandwichpanelen vinden bij jou in de buurt

Sandwichpanelen zijn groot en zwaar, dus je wilt ze niet van ver halen. Op TweedekansMateriaal zoek je dichtbij. Kopers zoeken lokaal: filteren kan op straal (5 tot 300 km), postcode of provincie. Zo zie je meteen welke partijen in jouw regio liggen en kun je ze bekijken voor je koopt.

Heb je zelf panelen over na een verbouwing, of komt er een loods leeg? Zet ze dan online. Vermeld het type (dak of wand), de kerndikte, de lengtes en het aantal, en zet er een foto van de zijkant bij. Dan weet een koper meteen of de partij past.

Bekijk tweedehands dakmateriaal

Materiaal nodig voor je project?

Bekijk het actuele aanbod op de marktplaats u2014 of plaats gratis je eigen restpartij.