Een kruk van drie balkrestanten: het kleinste project met oud hout
Een kruk vraagt bijna niets: drie stukken balk voor de poten en een stuk dikke plank of een stuk balk voor de zitting. Het is het project waarmee je leert hoe oud hout zaagt, boort en splijt, voordat je aan een tafel begint. Het materiaal komt uit restanten die bij elke verkoper op de marktplaats overblijven en vaak gratis meegaan met een grotere koop.
Maten
Een kruk zit op 45 centimeter, een opstapje is 25 tot 30 centimeter hoog, een bijzettafel 50. Neem voor de poten balkstukken van minstens 5 bij 7 centimeter, liever 7 bij 7. De zitting is een schijf of een blok van 30 bij 30 centimeter en minstens 4 centimeter dik. Een stuk oude gording van 8 bij 18 centimeter, in tweeën gezaagd en naast elkaar gelijmd, geeft een zitting van 36 bij 18 die verrassend goed zit.
Drie poten, geen vier
Drie poten staan altijd stil, ook op een ongelijke vloer; vier poten wiebelen op oud hout dat nooit helemaal recht is. Zet de poten onder een hoek van ongeveer 10 graden naar buiten, dan is de kruk kantelvast. Boor daarvoor de gaten in de zitting schuin, met een geleider van een blokje hout dat je onder 10 graden hebt afgezaagd. Een spade- of een cilinderboor van 30 millimeter maakt het gat; de poten schaaf je aan het uiteinde rond tot ze klemmen.
Vastzetten
Zaag in het bovenste einde van elke poot een zaagsnede in de lengte, steek de poot met lijm in het gat en sla een wig van hardhout in de zaagsnede, dwars op de nerf van de zitting. Zo klemt de poot zich vast en gaat hij nooit meer los. Zaag het uitstekende deel af en schuur het vlak. Dat is dezelfde verbinding als in een oude keukenstoel en hij houdt honderd jaar.
Afwerking en varianten
Zaag de poten pas na het monteren op lengte: zet de kruk op een vlakke vloer, meet rondom vanaf de vloer en zaag alle drie op dezelfde hoogte. Schuur de zitting tot korrel 120 en rond de rand af. Olie of laat kaal. Twee krukken naast elkaar zijn een bankje, een hoge kruk met vier poten en een voetsteun is een barkruk, maar dan met een dwarsregel tussen de poten voor de stijfheid.