Het budget van een verbouwing: waar tweedehands echt bespaart
Een verbouwingsbudget bestaat uit drie delen: materiaal, arbeid en alles eromheen zoals afvoer, huur van gereedschap en vergunningen. Tweedehands inkopen drukt vooral het eerste deel. Wie wil weten wat hij eigenlijk bespaart, moet dus eerst zien hoe groot dat deel in zijn eigen verbouwing is.
Waar het verschil het grootst is
De besparing is het grootst bij materiaal dat nieuw duur is en tweedehands nauwelijks in waarde daalt: hardhouten kozijnen, natuursteen, gietijzeren radiatoren, massief houten deuren, een goed bad. Daar kan de prijs tweedehands een fractie van nieuw zijn terwijl het product hetzelfde blijft. Bij goedkoop bulkmateriaal zoals gipsplaat of standaard vurenhout is het verschil in euro klein, en weegt het gesjouw soms niet op tegen wat je bespaart.
Wat tweedehands materiaal extra kost
Reken eerlijk. Ophalen kost brandstof en tijd, soms een aanhanger. Materiaal schoonmaken, oude specie eraf bikken, spijkers trekken en schuren kost uren. En een restpartij die net niet past, kost het verschil tussen twee ontwerpen. Zet die kosten naast de nieuwprijs, dan zie je per onderdeel of het de moeite is.
Zet het gespaarde geld in op de plekken die je niet ziet
Het geld dat je bespaart op zichtbaar materiaal, geef je het slimst uit aan wat onzichtbaar is en later niet meer te herstellen valt: isolatie, ventilatie, goede leidingen, een degelijke fundering onder de uitbouw. Daar bezuinigen voelt tijdens de klus niet, maar breekt je jaren later op.
Houd een onvoorzien apart
Reserveer een deel van het budget dat je aan niets toewijst. Bij een oud pand kom je altijd iets tegen achter een wand of onder een vloer. Bij tweedehands materiaal kan een partij bij nader inzien tegenvallen. Zonder buffer eindigt zo een tegenvaller in een lening of een halve klus.