Vloerisolatie onder een houten vloer aanbrengen met een restpartij
Een houten begane grondvloer isoleer je van onderaf, vanuit de kruipruimte, of van bovenaf als de vloerdelen er toch uit gaan. In beide gevallen komt de isolatie tussen de balken. De uitdaging is niet het materiaal maar de bevestiging: alles wat je tussen de balken klemt, wil na verloop van tijd naar beneden. En de onderkant is de natte kant, dus daar moet het materiaal tegen kunnen.
Van bovenaf
Zijn de vloerdelen eruit, dan is het werk overzichtelijk. Spijker of schroef latten tegen de zijkanten van de balken, leg daarop een dampopen folie of dunne plaatjes en leg de isolatie erin. Wol, houtvezel of PIR passen allemaal. Bovenop komt een dampremmer voordat de vloerdelen terugkomen. Dit is de nette manier en de enige goede manier bij een vochtige kruipruimte zonder toegang.
Van onderaf
Vanuit de kruipruimte werk je boven je hoofd in een lage ruimte. Kies harde platen die je klemmend snijdt en met een strook PUR-schuim of kit aan de balken vastzet, of wol in een folie met een lip die je aan de balken niet. Werk in kleine stukken en meet elke balkafstand apart, want die verschilt in oude huizen per vak.
Lucht en vocht
Laat aan de onderkant van de isolatie een luchtlaag naar de kruipruimte, zodat het hout kan drogen. Sluit de isolatie aan de bovenkant zo dicht mogelijk aan tegen de vloerdelen. Bij een dampdichte plaat zoals PIR komen de naden aan de bovenkant te zitten; tape of schuim ze dicht zodat er geen warme lucht langs kan.
Wat een restpartij geschikt maakt
Voor deze klus wil je platen die in de kruipruimte hanteerbaar zijn, meestal 60 bij 120 centimeter, en een dikte tussen 60 en 100 millimeter. Grote platen uit een dakproject moet je halveren. Reken op vijftien procent snijverlies door de ongelijke balkafstanden.