Het vochtgehalte van tweedehands hout meten, en waarom dat telt
De meeste teleurstellingen met tweedehands hout komen niet door rot of houtworm, maar door vocht. Hout dat nog te nat is als je het verwerkt, gaat daarna alsnog krimpen. Een vloer krijgt kieren, een tafelblad kromt, een deur gaat klemmen. Dat is te voorkomen, en het kost weinig moeite.
Waar je op mikt
Voor werk binnen in een verwarmde ruimte wil je hout rond acht tot twaalf procent. Voor buitenwerk mag het hoger liggen, ruwweg vijftien tot achttien procent. Vers gezaagd of doorweekt hout zit ruim boven de twintig procent. Het verschil tussen twintig en tien procent betekent voor een plank van twintig centimeter breed al gauw een halve centimeter krimp.
Meten met een simpel apparaat
Een vochtmeter met twee pennetjes kost weinig en is voor dit doel ruim voldoende. Druk de pennen in het hout, loodrecht op de nerf, en meet op meerdere plekken: de uiteinden drogen sneller dan het midden. Meet ook in de dikte door een gaatje te maken, want de buitenkant kan droog aanvoelen terwijl de kern nog nat is.
Meten zonder apparaat
Heb je niets bij je, gebruik dan je handen en je ogen. Koud aanvoelend hout is nat hout, zeker in vergelijking met een stuk ernaast. Zaagsel dat aan je zaagblad blijft plakken wijst op vocht, droog zaagsel valt als poeder. En een plank die veel zwaarder is dan je verwacht, zit vol water.
Wat je doet als het te nat is
Kopen kan nog steeds, maar dan met een plan. Stapel het hout in de ruimte waar het uiteindelijk komt, met latjes ertussen zodat er lucht bij kan, en laat het daar minstens twee tot vier weken staan. Voor dikke balken reken je eerder in maanden. Verwerk het pas als de meter tot rust is gekomen.