Degradatie per jaar: hoeveel levert een oud paneel nog
Een zonnepaneel slijt niet zoals een motor, maar het veroudert wel. De cellen, de folie en de soldeerverbindingen verliezen langzaam rendement. Dat proces heet degradatie en het bepaalt voor een groot deel wat een tweedehands paneel waard is. Wie een paneel van tien jaar oud koopt, wil weten wat er van het oorspronkelijke vermogen over is en hoeveel jaren er nog in zitten.
Het eerste jaar telt zwaarder
In het eerste jaar verliezen de meeste panelen ineens een tot drie procent door lichtgeïnduceerde degradatie. Daarna vlakt het af tot een stabiel tempo. Fabrikanten garanderen voor kristallijne panelen meestal een verlies van hooguit een half tot 0,7 procent per jaar. In de praktijk halen goede panelen dat ruimschoots en zitten ze eerder rond 0,3 tot 0,5 procent. Slecht gefabriceerde of slecht gemonteerde panelen kunnen twee tot drie keer sneller achteruitgaan.
De rekensom
Neem het stickervermogen, trek twee procent af voor het eerste jaar en daarna een half procent voor elk volgend jaar. Een paneel van 260 Wp uit 2015 komt dan in 2026 uit op ongeveer 260 maal 0,98 maal 0,95, dus rond 242 Wp. Dat is een schatting; de werkelijke waarde ken je pas na een flash test. Maar het geeft een bruikbaar getal voor de vergelijking met een nieuw paneel en voor het bepalen van een redelijke prijs.
Wat degradatie versnelt
Panelen op een heet plat dak zonder ventilatie eronder verouderen sneller dan panelen op een schuin dak met luchtstroom. Ook panelen die vaak in de schaduw liggen, kunnen sneller achteruitgaan door hotspots. Vraag de verkoper dus niet alleen hoe oud de panelen zijn, maar ook waar ze hebben gelegen. Een paneel van een goed geventileerd noordwestdak kan er beter aan toe zijn dan een jonger paneel van een bloedheet zuiddak op bitumen.
Hoeveel jaar zit er nog in
Een goed paneel van tien jaar oud levert doorgaans nog 90 tot 93 procent en kan nog vijftien tot twintig jaar mee. De vraag is niet of het paneel stopt, maar of het na verloop van tijd te weinig oplevert voor de dakruimte die het inneemt. Voor een schuur of een carport is dat vrijwel nooit een probleem; voor een klein woningdak waar elke watt telt, weeg je het zwaarder mee.