Tuinhout komt veel vrij: een schutting die plaatsmaakt voor een nieuwe erfafscheiding, vlonderdelen van een terras dat eruit gaat, palen en planken die over zijn na een klus. Nieuw tuinhout is duur en het gebruikte spul is vaak nog jaren goed, dus dit is een van de dankbaarste categorieen om tweedehands te kopen. Tegelijk is buitenhout anders dan hout binnen: het heeft weer en vocht gehad, en de plek waar het staat of ligt bepaalt hoe lang het nog meegaat. Deze gids loopt langs wat je tegenkomt, waar je op keurt en wat je beter laat staan.
Wat je tegenkomt, en de eerste vraag die je stelt
Grofweg vier soorten aanbod: complete schuttingschermen (los of met palen), losse planken en regels, palen en betonpoeren, en vlonder- of terrasdelen. Daarnaast komen tuinhuisjes, pergolas en overkappingen soms als demontagepartij voorbij. De prijzen liggen laag omdat de verkoper vooral van het materiaal af wil en de container geld kost, maar de kwaliteit loopt sterk uiteen.
De belangrijkste vraag stel je meteen: heeft dit hout in de grond gestaan of alleen erboven? Hout dat in aanraking met de grond staat, blijft nat en wordt van onderaf aangetast. Een paal die tien jaar in de grond stond, kan bovengronds nog kerngezond ogen terwijl er onder de grondlijn niets meer van over is. Delen die alleen boven de grond hingen (schermplanken, regels, een tuinhuiswand) zijn meestal veel beter bewaard.
Vraag daarom altijd hoe lang het gestaan heeft en wanneer het is afgebroken. Hout dat net los is en nog nat, beoordeel je moeilijk; hout dat een winter open op de grond heeft gelegen, is er in die tijd op achteruitgegaan. Droog opgeslagen onder een afdak of in een schuur is het gunstigste antwoord.
Houtsoort en verduurzaming: wat gaat buiten hoelang mee
Verreweg het meeste tuinhout is geimpregneerd grenen of vuren: het groenige hout dat je bij elke bouwmarkt ziet. Onder druk zijn daar zouten in gebracht die schimmels en insecten tegenhouden. Boven de grond gaat dat prima lang mee, in de grond een stuk korter. Let op: bij zaagsneden of geboorde gaten is de beschermde laag doorbroken, dus daar begint aantasting vaak als eerste.
Thermisch verduurzaamd hout herken je aan de warme bruine kleur door en door; het is stabiel en rot minder snel, maar ook brosser dan gewoon hout, dus kijk goed naar scheuren rond de schroeven. Hardhout zoals bangkirai en azobe is loodzwaar en gaat buiten tientallen jaren mee, ook in grondcontact; dat is de partij waar je bij tweedehands echt geld mee bespaart. Douglas en lariks zijn onbehandeld al redelijk duurzaam boven de grond, maar horen niet in de grond zonder bescherming.
- Vraag welke houtsoort het is en of het geimpregneerd, thermisch behandeld of onbehandeld is; de verkoper weet dat vaak nog van de aankoop
- Groenige of grijsgroene tint met kleine inkepingen in het oppervlak wijst op geimpregneerd naaldhout
- Loodzwaar, donkerbruin en hard hout dat je nauwelijks met een nagel indrukt, is meestal hardhout en dus de moeite van het ophalen waard
- Vergrijsd hout is niet hetzelfde als versleten hout: grijs worden is een oppervlakteverkleuring door uv en zegt niets over de sterkte
- Kijk of het hout eerder is geschilderd of gebeitst; verf verbergt zowel scheuren als beginnende rot, en overschilderen kost je later extra werk
Keuren: waar je op let bij tuinhout
- Beoordeel palen op de grondlijn: dat is de plek waar hout en grond elkaar raken en waar rot begint. Prik er met een schroevendraaier in en pak de paal beet om te wrikken; geeft hij mee of voelt het sponzig, dan is de paal op (de gids over hout keuren beschrijft de prikproef uitgebreider)
- Kijk naar de onderkant van schermen en planken: de onderste 10 centimeter van een schutting staat het langst nat en gaat als eerste
- Leg planken op hun kant en kijk langs de lengte op kromtrekken en torderen; licht kromme planken krijg je bij het vastschroeven nog wel recht, gedraaide niet
- Bekijk de scheuren: fijne oppervlaktescheurtjes horen bij buitenhout, maar een scheur die door de plank heen loopt of langs een schroefgat splijt, betekent dat het deel bij hergebruik uit elkaar valt
- Controleer de bevestiging: verroeste schroeven en spijkers laten bruine strepen na en breken bij het demonteren vaak af. Vraag of de schermen geschroefd of gespijkerd zijn, want geschroefd haal je zonder schade uit elkaar
- Bij vlonderdelen: let op uitgesleten schroefgaten, splinterende bovenkant en een groene aanslag van algen. Aanslag is schoon te maken, splinters en uitgesleten gaten niet
- Bij betonpalen en betonpoeren: kijk of de sponning en de hoeken niet afgebroken zijn en of er geen wapening zichtbaar roest
Waar je vanaf blijft
Hout dat sterk naar teer of creosoot ruikt en zwartbruin doorkleurd is, laat je staan. Dat zijn oude behandelde palen en bielzen; die stoffen zijn schadelijk en horen niet in een particuliere tuin, zeker niet waar kinderen spelen of moestuingrond tegenaan ligt. Ook oud geimpregneerd hout van voor ongeveer 2004 kan met wolmanzout behandeld zijn, dat naast koper ook chroom en arseen bevat. Kun je de herkomst en het bouwjaar niet achterhalen en gaat het om moestuinbakken, zandbakranden of speeltoestellen, kies dan iets waarvan je het wel weet.
Verbrand geimpregneerd of behandeld tuinhout nooit, ook niet in een vuurkorf. Bij verbranding komen de zouten vrij en blijven ze in de as achter. Restanten waar je niets mee kunt, breng je naar de milieustraat en geef je aan als behandeld hout.
Verder laat je staan: schermen die aan de onderkant al doorgezakt zijn, hout met actieve schimmelpluis en een muffe lucht, en partijen die maandenlang in een hoop op de grond hebben gelegen. Dat laatste kost je vooral tijd, want je sorteert dan thuis alsnog de helft weg.
Opmeten, afbreken en meenemen
Meet eerst je eigen situatie op: de lengte die je wilt dichtzetten, de gewenste hoogte en, als je bestaande palen wilt hergebruiken, de hart-op-hart-afstand tussen die palen. Bij betonpalen met een sponning is die maat vast, dus een scherm van een andere breedte past er simpelweg niet in. Deel de lengte door de schermbreedte, tel er een scherm bij op voor de restmaat en reken de palen mee: bij losse schermen heb je er altijd een meer dan het aantal schermen.
Spreek vooraf af wie afbreekt. Zelf demonteren is vaak de reden dat de prijs zo laag is, maar het is een klus: schroeven eruit draaien in plaats van forceren, schermen met twee personen dragen (een houten scherm van 180 bij 180 weegt al gauw twintig kilo of meer) en palen met een betonpoer eruit graven of afzagen. Vraag ook of het puin en de betonresten achterblijven bij de verkoper of dat jij die moet afvoeren, want dat kan de besparing zo opeten.
Voor het vervoer geldt dat tuinhout lang en zwaar is. Losse planken van vier of vijf meter passen niet in een bus; schermen zijn onhandig en vangen wind op een open aanhanger. Reken op meerdere ritten of huur voor een dag iets groters, en spreek een tijdstip af waarop je rustig kunt laden (zie ook de gids over het ophalen van grote partijen).
Praktische tips
- Kijk het aanbod na in het voor- en najaar: dan worden de meeste schuttingen vervangen en is er het meeste te kiezen
- Vraag om foto's van de onderkant van de schermen en van de palen op de grondlijn, niet alleen van de mooie kant; daar zie je in een oogopslag of het de rit waard is
- Koop liever een hele schutting in een keer dan losse schermen bij elkaar: dezelfde partij betekent dezelfde kleur, hoogte en verwering
- Neem een accuschroevendraaier, een koevoet en werkhandschoenen mee als je zelf demonteert, en spreek af dat je het terrein netjes achterlaat
- Reken nieuwe schroeven van rvs of verzinkt staal mee in je budget; oude schroeven hergebruik je beter niet
- Zet nieuwe palen op een betonpoer of houd het hout met een paalhouder los van de grond, dan gaat ook tweedehands tuinhout jaren langer mee
- Sla wat je niet meteen verwerkt droog en op latten op, met lucht eromheen, en niet plat op het gras onder een zeil